Christelijk leven

Onderdeel van het christelijk geloof is dat wij kinderen van God zijn. Maar ons leven lijkt dit feit vaak tegen te spreken. Het gegeven dat je een geliefd kind van God bent, heeft voor velen van ons geen invloed op hun leven. Nog steeds trekken we b.v. alles uit de kast om ons ultieme geluk te zoeken in de liefde van anderen of andere zaken.
Je bent niet wat je doet, je bent niet wat je bezit, je bent niet wat anderen over je zeggen. Je kijkt naar God en weet: ik ben een geliefd kind van God.
Waar haal je je identiteit uit: werk, geld, prestaties, populariteit? Waar haal ik erkenning vandaan? Vind ik mijn basis in Gods liefde? Of vraag ik de ultieme bevestiging van mijn partner, kinderen, de mensen om me heen? Vind ik rust in God – een rust omdat mijn geluk uiteindelijk van Hem alleen afhangt? Of is het verhaal van mijn leven een onrustige zoektocht naar andere dingen?
Je hebt het niet nodig om met bevestiging en waardering van anderen je zelfbeeld op te krikken of om iemand te zijn. Of zaken na te jagen als schoonheid, rijkdom, succes en prestige die ons zouden ‘maken’ en die in deze wereld blijkbaar nodig zijn om werkelijk mee te tellen.
Vergeet niet: een christen is een koningskind en heeft het niet nodig om te bewijzen dat hij iets waard is. Als koningskind heb je: vergeving, een hoopvolle toekomst, eeuwig leven.

Gods wetten / leefregels

Gods levenswet is de morele standaard die God heeft vastgesteld als de eeuwige, onveranderlijke norm voor het menselijk gedrag. Gods levenswet hangt ook nauw samen met Gods eigen morele eigenschappen: God is volkomen goed en rechtvaardig. Omdat de mens als evenbeeld van God is geschapen, heeft God Zichzelf als norm gesteld voor het gedrag van de mens.

De ware bedoeling van Gods wet is om de liefde voor God en medemens te bevorderen.

God beperkt ons alleen in wat ons uiteindelijk kwaad zal doen.

Wet van Mozes
De wet van Mozes is onderdeel van het verbond dat God met het volk Israël heeft gesloten bij de Sinaï (zie Exodus 19,20).
In de eerste vijf Bijbelboeken van het Oude Testament vinden we de volgende soorten leefregels:

  • Tien Geboden (grondwet) – de samenvatting van Gods levenswet voor Israël met algemene bepalingen over de relatie met God en medemensen
  • Ceremoniële voorschriften – uitgewerkte voorschriften over het onderhouden van de relatie met God, zoals regels over feestdagen, rustdagen, offers en rituelen
  • Verordeningen (voorschriften voor de inrichting van de samenleving en voor de persoonlijke levensstijl) – uitgewerkte voorschriften over de relatie met de medemens en wetten om de joodse samenleving te reguleren, zoals levenswetten over seksualiteit en huwelijk, vrijsteden, armenzorg, enzovoort.

De sabbat is speci­aal het teken van het verbond van Mozes (zie Exodus 31:12-16).

In de geschiedenissen van de koningen van Israël en Juda zien we dat het welzijn van het volk nauw samenhing met de wijze waarop het met de wet van Mozes omging.
Als het volk de leefregels gehoorzaamde, zou er zegen zijn en als het volk niet gehoorzaamde vloek (zie Leviticus 26, Deuteronomium 28).
De wet is nooit door God bedoeld als een weg om rechtvaardig te worden. Ook onder het volk Israël werden de mensen gerechtvaar­digd op grond van hun geloof in God, hun geloof in Gods woor­den.

Gods wet is een richtlijn voor het leven en ook een herinnering dat wij niet rechtvaardig kunnen leven zonder omgang met God.

Wet van Jezus Christus
Voor christenen is niet de wet van Mozes de leefregel. De leefregel voor de christen wordt gevormd door de geboden van Jezus, door het onderwijs van de apostelen en door de leiding van de Heilige Geest.
Wij staan nu onder de wet van Christus, niet onder de wet van het Oude Testament (zie Galaten 6:2). En deze wet is: Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat. (Matteüs 22:37-40)
Jezus brengt alle geboden in het oude testament terug naar deze twee. Zij zijn de beste manier om ze allemaal in praktijk te brengen.

In het onderwijs van de apostelen worden 9 van de 10 geboden van de wet van Mozes herhaald en bekrachtigd. Alleen het sabbatsgebod ontbreekt. Dat komt omdat het sabbatsgebod speciaal het teken was van het verbond van Mozes. Christenen staan niet onder dit verbond en daarom vinden we in het Nieuwe Testament geen enkele opdracht om de sabbat te houden.

Welke rol heeft de wet voor christenen?
Toen Jezus kwam werd hem wel eens verweten dat Hij de wet wilde wegdoen. Maar Jezus zei dat Hij niet kwam om de wet weg te doen. Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen (Matteüs 5:17). Daarmee bedoelde Jezus dat Hij aan de eis van God helemaal zou voldoen. En dat deed Hij niet zomaar met het houden aan allerlei uiterlijke regels. Dat deden de farizeeën en schriftgeleerden. Maar Jezus leert dat het gaat om het hart. Jullie hebben gehoord dat gezegd werd:Pleeg geen overspel.” En Ik zeg zelfs: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd (Matteüs 5:27-28).
Uiteindelijk laat de wet, de eis van God, aan iedereen zien dat hij niet goed genoeg is voor God. Als je de wet kent, dan wordt je je bewust van zonden en fouten. Iedereen die probeert de wet te houden zal snel het einde van zijn eigen kunnen ontdekken. Je bent als mens niet in staat om de wet helemaal te volgen. Jezus deed dat wel, Hij vervulde de eis van de wet van God.

Het doel / de bedoeling van de wet (b.v. uitrusten op zondag en God aanbidden) is belangrijker dan de letter van de wet (niet werken op zondag). (zie Matteüs 12:1-8)

Jezus leerde ons dat God als een hemelse Vader wacht op de thuiskomst van Zijn verloren zoon (zie Lukas 15). Als die zoon dan thuis kwam, sloeg zijn Vader hem niet om de oren met verwijten, maar omhelsde en kuste hem.
Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. (Lukas 15:20)

God heeft de wet met zijn tien geboden gegeven, omdat mensen nu eenmaal leefregels nodig hebben. Maar de Bijbel zegt ook dat de wet gegeven is, opdat duidelijk zou blijken dat we allemaal zondig zijn en dus feitelijk niet in staat zijn om Gods wet te houden. Galaten 3:19 zegt het duidelijk “Waarom dan toch de wet? De wet is later ingevoerd om ons bewust te maken van de zonde”. De uitkomst van de wet is dus, dat het duidelijk wordt dat we allemaal genade van God nodig hebben. Want als God volgens de wet zou moeten handelen dan zou Hij iedereen moeten oordelen. Maar dat wil God helemaal niet, gelukkig is daarom Jezus gekomen. Hij heeft de wet voor ons vervuld en de straf (het oordeel) gedragen (zie ook Galaten 3:10 en 13).
Maar Jezus heeft ook gezegd dat het hoogste gebod is God lief te hebben en het tweede daaraan gelijk, je naaste als jezelf.
Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat. (Matteüs 22:37-40)
Dit betekent dus dat niet ‘dwang’ maar liefde de basis is van de wet. God wil dus dat we Hem gehoorzamen uit liefde en niet gedwongen.

God dienen uit liefde

De enige drijfveer voor een christen om God te dienen zou dan ook de liefde van God moeten zijn, en liefde dwingt nooit. We zeggen wel eens dat God ons niet tot robots heeft gemaakt omdat Hij wil dat we vrijwillig, uit liefde dus, voor Hem kiezen. Je zou dus ook kunnen zeggen dat God er vrijwillig voor heeft gekozen, zich te laten inperken door onze vrije wil. Hij vraagt ons Hem vrijwillig lief te hebben en Hem te dienen, maar zou ons kunnen dwingen. Maar dan is er geen sprake van liefde meer.
Gods tegenstander Satan bindt en dwingt, legt regels op en voert steeds weer nieuwe wetten in, maar Jezus maakt vrij. God slaat ons dus niet om de oren met allerlei geboden en wetten uit de Bijbel.
Dat betekent natuurlijk niet dat we nu dus verder wetteloos of losbandig kunnen leven. Natuurlijk niet:
Betekent dit nu dat we vrijuit mogen zondigen omdat we niet onder de wet staan, maar onder de genade leven? Absoluut niet. Maar God zij gedankt: u was slaven van de zonde, maar nu gehoorzaamt u van ganser harte de leer waaraan u zich hebt toevertrouwd, en bevrijd van de zonde hebt u zich in dienst gesteld van de gerechtigheid. (Romeinen 6:15, 17-18)

We zijn nu van harte gehoorzaam geworden aan Jezus, dus uit liefde voor Hem en niet uit dwang.

Wanneer we beseffen dat Jezus ons redt en niet de wet, hoeven wij ons minder te richten op wat wij horen te doen of na te laten en meer op hoe wij Hem het beste in liefde kunnen dienen.

In werkelijkheid is wetticisme (proberen strikt te voldoen aan vastgestelde regels) makkelijker dan de vrijheid in Christus: het is makkelijker niet te moorden dan de ander lief te hebben.

In het geval van religie proberen we vanuit angst te voldoen aan goddelijke maatstaven. In het geval van Evangelie bestaat de motivatie uit dankbaarheid voor de zegeningen die we vanwege Jezus reeds ontvangen hebben. Waar de moralist gedwongen wordt tot gehoorzaamheid, gedreven door angst voor afwijzing, omhelst de christen de gehoorzaamheid, gedreven door een verlangen om degene die zijn leven gaf een plezier te doen en na te volgen.

Religie komt neer op goede daad (als ik presteer, gehoorzaam, dan word ik aangenomen). Het Evangelie komt neer op goed nieuws (ik ben volledig aanvaard door Jezus, en daarom ben ik gehoorzaam).

christelijk leven in de praktijk

God wil dat we meer doen dan meedrijven op de golven van het leven; Hij wil dat wij namens Hem invloed uitoefenen.
Jezus roept ons op om een verstrekkende invloed uit te oefenen (“zout der aarde en licht der wereld”, zie Matteüs 5:13-14). Om deze invloed te kunnen uitoefenen, moeten we wel “in de wereld” zijn, ons mengen in de samenleving (op het werk, in de buurt, onder familie en vrienden). We mogen ons niet terugtrekken in onze christelijke subcultuur. Tegelijkertijd zijn wij geroepen anders te zijn. Onze levensstijl moet radicaal anders zijn dan die van onze omgeving. Alleen dan kunnen we effectief zout en licht in de wereld zijn.
Om te beginnen, zijn we geroepen zout te zijn (zie Matteüs 5:13). Zo zijn wij als christenen geroepen het bederf in de samenleving tegen te houden. Dat doen we door onze woorden, wanneer we ons uitspreken tegen moreel verval en allerlei vormen van onrecht, en wanneer we onze invloed aanwenden om Gods normen te handhaven in de samenleving. Dat doen we door onze daden, wanneer we ons opstellen als goede ouders en burgers te gedragen, ons in te zetten voor de kwaliteit en leefbaarheid van de samenleving (welzijn en welbevinden, fatsoen, leefbaarheid, veiligheid, bestrijden van armoede en kwaad).
Ten tweede noemt Jezus ons het licht (zie Matteüs 5:14). Wij zijn geroepen om het licht van Jezus door ons heen te laten schijnen. Dat doen we door, wat Jezus noemt: “uw goede werken”. Dat is alles wat we zeggen of doen omdat we christenen zijn. Deze goede werken kunnen worden samengevat als “het liefhebben van de naaste als onszelf”.

Ons volgen van Jezus dient zoveel mogelijk een uitstraling te blijven houden die anderen positief uitdaagt zich bij ons aan te sluiten. Richt je er op om je eigen leven / samenleving zo goed mogelijk te maken i.p.v. het aan anderen op te leggen. Geen druk van buitenaf maar als een voorbeeld dat dusdanige indruk maakt dat navolging een gevolg is.

Laat Jezus je gedrag leiden en laat het aan Hem over anderen te leiden in de details van hun leven.

God spreekt in de meest alledaagse dingen van de dag. Bezie de dingen van de dag wanneer je het licht hebt uitgedaan en in het donker ligt te wachten tot je door slaap wordt overmand. Dat is het moment waarop de gebeurtenissen van die dag wijzen naar andere betekenissen die onder de oppervlakte verborgen zitten.

Jezus vraagt ons tevreden te zijn met genoeg. Genoeg om normaal te leven en niet te vervallen tot hulpbehoevendheid. Een levensstijl die zich kenmerkt door “genieten van genoeg”.
Volgelingen van Jezus worden gekenmerkt door relatieve bezitloosheid en een eenvoudige levensstijl. Niet omdat je weinig inkomsten hebt, maar omdat je een groot deel daarvan ter beschikking stelt aan mensen in nood en de verkondiging van het evangelie.

We leveren niet in als we soberder gaan leven, als we ons weer richten op wat werkelijk waarde heeft: vriendschap, gezondheid, ontspanning, vrede, eenvoudig eten en drinken, genieten van wat je hebt en van wat er is.

In een tijd waarin we onszelf maar heel weinig hoeven te ontzeggen, doet zich het vreemde voor dat we steeds minder tevreden zijn.

Niets is genoeg voor wie genoeg te weinig vindt.

We werken niet om geld te verdienen, maar om mee te bouwen aan de samenleving. Geld is een middel.

Als we weten dat al onze verlangens eens vervuld zijn, leren we te leven zonder nu al eisen te stellen.

Het gaat er niet om dat wij krijgen wat wij willen maar dat wij de mens worden die we zouden moeten zijn.

Als Jezus ons vraagt iets goeds op te geven, is Hij van plan iets beters te geven.

Getuigen van je geloof betekent niet: laten zien wat wij voor God hebben gedaan, maar: vertellen en laten zien wat God voor ons heeft gedaan (verschil in je leven en gedrag sinds je gelooft).

Doel/zin van het leven
Het is Gods bedoeling de schepping in haar oude staat te herstellen om een volmaakte nabijheid en liefde met mensen terug te krijgen.

Dat alles wordt zoals het bedoeld is.

Als God jou geen bijzondere roeping of opdracht heeft gegeven, streef er dan naar de opdracht te vervullen die alle gelovigen gemeenschappelijk hebben – God liefhebben, Hem gehoorzamen en dienen – totdat Zijn leiding duidelijker wordt.

Het is Gods plan voor het volgende leven om mensen gelukkig te maken in een fijne wereld, het is Gods plan voor dit leven om mensen heilig te maken in een verdorven wereld.
We moeten heilig leven: het bestaat uit God en je naasten liefhebben en je eigen voorspoed gebruiken voor het welzijn van anderen.
Heilig leven vergt een evenwicht tussen “meer je best doen” en “je te verlaten op God”.

Leef tevreden met wat je hebt, omdat je hebt gekozen voor wat eeuwig en duurzaam is.

Mensen voelen zich vaak gelukkiger en tevreden indien ze niet werken voor het geld maar om iets voor elkaar te krijgen.

We zijn geschapen voor een betere wereld dan die, waarin we nu leven. En tot die betere wereld er komt, zullen we hunkeren naar datgene wat we nog niet hebben.

Hoe kijk jij tegen het leven aan? God kijkt er als volgt tegenaan:

  1. Het leven is een beproeving. God stelt voortdurend het karakter, het geloof, de gehoorzaamheid, de liefde, de rechtschapenheid en de loyaliteit van mensen op de proef.
  2. Het leven is iets dat ons wordt toevertrouwd. Hoe meer God ons geeft, des te meer verantwoordelijkheid verwacht Hij van ons.
  3. Het leven is een tijdelijke opdracht. Om te voorkomen dat we te gehecht raken aan de aarde, staat God toe dat we diepgaande onvrede en ongenoegen in het leven ervaren en dat we verlangens (naar rust, geborgenheid en herstel) hebben die aan deze kant van de eeuwigheid nooit zullen worden vervuld. We zijn hier niet volkomen gelukkig, omdat dat ook niet de bedoeling is. Uiteindelijk is deze aarde niet ons thuis, wij zijn geschapen voor iets veel beters.

Wandelen met God betekent op Hem vertrouwen en rekenen op zijn nabijheid. Kortom afhankelijk zijn. Wij nemen vaak zelf de zaak in handen en bedenken zelf oplossingen.

Als we Jezus niet kennen maken we keuzes alsof dit leven alles is. In werkelijkheid is dit leven slechts een voorbereiding op de eeuwigheid. Zie daarom alles wat gebeurt in een eeuwig perspectief.

Bronnen en links naar meer informatie

Reacties zijn afgesloten.