Bergrede

De Bergrede van Jezus is te vinden in de hoofdstukken 5, 6 en 7 van Matteüs en in Lucas 6.
Eerst wat algemene noties van de Bergrede, om de betekenis ervan te verduidelijken.
Als we spreken over de Bergrede is het allereerst van belang na te gaan voor wie deze rede is uitgesproken. Het antwoord daarop vinden we in vers 1 en 2 van Matteüs 5:
Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. Hij nam het woord en onderrichtte hen.

De Bergrede werd door Jezus uitgesproken jegens de leerlingen, zijn discipelen. Daarom kunnen we stellen, wetend dat ook wij discipelen van Jezus zijn, dat de rede bedoeld is voor alle christenen. In de Bergrede zegt Jezus tegen ons: leef op deze manier, omdat je christen bent. De Bergrede geeft een karakterbeschrijving van een christen.

David Martin Lloyd-Jones, een Brits prediker die een geweldige serie preken over de Bergrede maakte, stelde dat iedereen die zegt de woorden uit de Bergrede prachtig te vinden, de Bergrede nooit goed gelezen heeft. Iedereen die de woorden van Jezus echt tot zich laat doordringen, zal het uitroepen naar God: “God, help mij en spaar mij voor deze woorden!” Als je het gevaar van de Bergrede niet ziet, heb je nooit begrepen wat er werkelijk staat.
Als je de Bergrede leest, zie je hoe de mensen om je heen idealiter zouden moeten zijn en handelen. Je beseft daarmee direct dat jij eigenlijk ook op die manier zou moeten leven. Dit is zoals het leven bedoeld is. En dan weet je ook dat je in je eigen leven onvoorstelbaar tekortschiet. We komen niet eens in de buurt van wat wij van anderen verwachten. De woorden van Jezus veroordelen ons.

Jezus zei dat God meer van ons vraagt dan gewoon het volgen van een reeks regels, zoals in het Oude Testament. Veel mensen van Jezus tijd leefden strikt volgens de regels van het Oude Testament, maar vonden nog steeds genoeg “mazen” om levens van slechtheid en hebzucht te leiden. Ze hadden in het openbaar heel heilig gehandeld en ze dachten dat ze alles deden wat God van hen vroeg. Maar Jezus zei dat ze schijnheilig waren – zoals drinkbekers die schoon waren aan de buitenkant, maar van binnen vies waren. (Matteüs 23: 25-26).
In plaats van een uitwendige vertoning van heiligheid, zijn het onze innerlijke levens (houdingen en motieven) die echt belangrijk zijn voor God. In plaats van te leven volgens een aantal regels, zei Jezus dat we zouden moeten leven op basis van twee grote principes: 1) God liefhebben boven alles en 2) je naaste liefhebben als jezelf. (Matteüs 22: 34-40, Markus 12: 28-31, Lucas 10: 25-28, Johannes 13: 34-35). Als we echt volgens deze principes leven, hoeven we ons geen zorgen te maken over het volgen van een reeks regels (Romeinen 13: 9-10, 1 Korintiërs 9: 20-21, Efeziërs 2: 11-15).

Meester, wat is het grote gebod in de wet?
Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten. (Matteüs 22: 36-40)

Niemand van ons kan zich meten aan de visie van morele perfectie die Jezus in de Bergrede voorstelt. Maar het is het doel waarnaar we voortdurend moeten streven. Als we het ideaal niet naleven, moeten we God vergeving vragen en oprecht oplossen om in de toekomst beter te doen. Het goede nieuws is dat, hoe ernstig de zonde ook is, God ons altijd opzoekt en bereid is om onze zonden te vergeven en ons een nieuwe start te geven!

Het gaat om een veranderingsproces waartoe iedere christen wordt geroepen en waarheen we ons in gehoorzaamheid aan het gebod van God moeten laten meenemen: ‘Leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals hij die u geroepen heeft heilig is. Er staat immers geschreven:
Wees heilig, want ik ben heilig (1 Petrus 1:15-16).

En God geeft wat Hij van ons vraagt. Dat is de kern van genade: dat God een gevende God is. Het gaat er daarom ook niet om dat we weer wat moeten doen, maar het gaat erom dat we komen bij Jezus en drinken van het water dat Hij geeft en er haast tot onze stomme verbazing achter komen dat er dan rivieren van levend water uit ons hart beginnen te vloeien (Johannes 4:14 en 7:37-39).
We leven in een wereld die wordt gekenmerkt door zonde en gebrokenheid. Midden in deze werkelijkheid is Jezus gekomen om heelheid te brengen voor mensen die Hij liefheeft en die Hem liefhebben. Maar die heelheid wordt hier op aarde, zolang Jezus niet terugkomt, ervaren temidden van gebrokenheid, en ook die heelheid zelf vertoont altijd weer scheurtjes en breuken. Volmaaktheid in de betekenis van een
zondeloze werkelijkheid heeft God niet voor nu maar voor straks beloofd. Maar dat neemt niet weg dat we kunnen en mogen groeien naar die volmaaktheid toe.

Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is. (Matteüs 5:48)

de zaligsprekingen

Onderdeel van de Bergrede zijn de zgn. “zaligsprekingen”:
Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op, en nadat Hij was gaan zitten, kwamen Zijn discipelen bij Hem.
En Hij opende Zijn mond en onderwees hen. Hij zei:
Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Zalig zijn de barmhartigen, want aan hen zal barmhartigheid bewezen worden.
Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.
Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden.
Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij.
Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn. (Matteüs 5:1-12)

Zalig de armen van geest
Als iemand ‘arm van geest’ is betekent dit dat hij wars is van geestelijke hoogmoed. Zijn houding is tegengesteld  aan die van iemand die zegt: ‘moreel gezien heb ik een goed leven geleid’. Zo iemand kan zijn leven alleen maar vergeleken hebben met dat van andere en niet met de normen van God. Het betekent erkennen dat je afhankelijk bent van God.
Zalig die treuren
We moeten niet alleen erkennen dat wij arm van geest zijn maar het moet ons ook verdriet doen (treuren om onze geestelijke armoede, het kwaad, de zonde).
Zalig de zachtmoedigen
Een zachtmoedig mens is kalm, zorgzaam en bescheiden.
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid
We moeten ernaar verlangen om een zuivere relatie met God te hebben, rechtvaardig voor Hem staan en zijn gerechtigheid te zien in de wereld om ons heen.
Zalig de barmhartigen
We moeten barmhartig zijn voor mensen in nood (d.w.z. praktische hulp verlenen) en voor de mensen die ons verkeerd behandeld hebben.
Zalig de reinen van hart
God kijkt naar ons hart; Hij let op onze innerlijke moraal en niet op onze uiterlijke gewoonten.
Zalig de vredestichters
Het gaat om vrede om 3 niveau’s: innerlijke vrede, vrede tussen mensen en bovenal vrede met God.
Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil
We moeten er niet naar streven om vervolgd te worden maar we moeten het wel als een zegen beschouwen (we zullen er voor worden beloond, we zullen vreugde ervaren omdat wij ons identificeren met Jezus, het is een teken van de echtheid van ons geloof).

bronnen

Reacties zijn afgesloten.