Erfzonde

Hoewel Adam en Eva een heel paradijs van God hadden gekregen, wilden ze nog meer. Hun zonde werd ingegeven door egoïsme, zoals dat voor de meeste zonden geldt. Ze keerden zich tegen God, waarna ze zich verstopten (Genesis 3:8). Zo ontstond er een afstand tussen God en de mensen. Dit is de zondeval, waardoor de zonde in de wereld kwam.

God heeft de mens een vrije keuze gegeven. Je kan immers alleen van iemand houden als je vrij bent in die keuze. We kunnen voor God kiezen, maar Hem ook afwijzen, waardoor we zondigen.

De leer van de erfzonde legt uit hoe zonde in onze wereld is gekomen en hoe het kan dat alle mensen zondigen. Maar met erfzonde wordt niet bedoeld dat we specifieke zonden of de schuld van specifieke zonden erven van ons voorgeslacht.

Wat ik erf is de zondige natuur die Adam sinds zijn zondeval bezat en die hij op al zijn nageslacht heeft overgedragen. Ik ben op geen enkele wijze verantwoordelijk voor de zondige natuur die ik bij mijn conceptie heb meegekregen. Ik ben alleen verantwoordelijk voor de zonden die ik als gevolg van die zondige natuur bega. Er wordt mij niets ‘toegerekend’ wat Adam heeft begaan; ik draag niet zijn schuld. Wat mij in deze zaak slechts met Adam verbindt, is de zondige natuur die ik van hem geërfd heb.

Ouders mogen niet ter dood gebracht worden om wat hun kinderen hebben misdaan, en kinderen niet om de misdaden van hun ouders; alleen om wat iemand zelf misdaan heeft, mag hij ter dood gebracht worden. (Deuteronomium 24:16)

 

Iemand die zondigt zal sterven, maar een zoon hoeft niet te boeten voor de schuld van zijn vader, en een vader hoeft niet te boeten voor de schuld van zijn zoon; wie rechtvaardig is wordt als een rechtvaardige behandeld, en een slecht mens wordt voor zijn slechte daden gestraft. (Ezechiël 18:20)

Reacties zijn afgesloten.