Gelijkenis van de verloren zonen

Jezus vertelde de gelijkenis over de twee zonen.
Vervolgens zei hij (Jezus): ‘Iemand had twee zonen. De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen.
Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte.
Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden.
Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem.
Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger.
Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.”
Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. “Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.”
Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren.
De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.”
Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren. Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”
Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.”’ (Lucas 15:11-32)

De jongste zoon staat voor de egocentrische losbandige ongelovige. De oudste zoon staat voor de moralistische religieuze mensen. Beiden leven een verloren leven. De preken van Jezus trokken de ongelovige aan en stoten de religieuze mensen af. Indien onze kerken de ongelovige niet aantrekken dan is de conclusie dat die kerken vol met oudste zonen zitten.
De een is heel slecht en breekt alle regels, de ander is heel goed, houdt alle regels en is overtuigd van zijn eigen goedheid. Zonde en kwaad, zelfzuchtigheid en trots. Beiden leiden tot onderdrukking van anderen.
Oudste zoon: vindt dat hij door een moreel correct leven recht heeft op het goede van de Vader (goede dingen van het leven en uiteindelijk de hemel). Hij is zijn eigen verlosser. Oudste zonen zijn God gehoorzaam om zodoende iets te krijgen.
Jongste zoon: wil vrij zijn om zijn eigen doelen en zelfvervulling na te jagen. Wil onafhankelijk zijn en zijn eigen leven bepalen.
In principe wilden beiden niet de Vader zelf maar de dingen van de Vader.
Zonde is dus jezelf in plaats van God stellen als verlosser, heer en rechter.
Kijken we naar de toehoorders van Jezus lessen, dan valt het op dat, in het algemeen, ‘praktiserend gelovige mensen aanstoot aan Jezus namen, terwijl mensen die waren vervreemd van religieuze en morele voorschriften Hem juist boeiend en innemend vonden’. Dit kan volgens Keller maar een ding betekenen: ‘Als de prediking van onze dominees en het handelen van onze kerkleden niet het effect op mensen heeft dat Jezus had, dan brengen wij vast en zeker niet dezelfde boodschap als Jezus’.
In het verhaal over de verloren zoon staat Jezus niet stil bij het waarom van de zoons terugkeer. De jongste zoon heeft niet ineens last van spijt en krijgt ook niet ineens een aanval van liefde voor de vader die hij had beledigd. Het is veeleer zo dat hij genoeg heeft van een leven in de goot: hij keert terug uit zelfzuchtige overwegingen. Blijkbaar maakt het voor God niet uit of we Hem benaderen vanuit wanhoop of vanuit verlangen.

Reacties zijn afgesloten.