Vijanden doden?

En die vijanden van mij die niet wilden dat ik koning over hen werd, breng hen hier en dood ze voor mijn ogen. (Lucas 19:27)

Het betreft hier een gelijkenis/parabel verwijzend naar het eindoordeel na Jezus wederkomst.

We merken eerst en vooral op dat Jezus woorden in Lucas 19:27 onderdeel zijn van een gelijkenis/parabel (Lucas 19:11: Aan de mensen die stonden te luisteren, vertelde hij nog een gelijkenis, aangezien hij nu dicht bij Jeruzalem was en zij dachten dat het koninkrijk van God nu spoedig zou aanbreken).
Een gelijkenis over een koning die terugkeert en ziet dat zijn onderdanen tegen hem in opstand zijn gekomen.
Vandaar dat Jezus Zijn discipelen toen en daar niet beval de mensen voor Hem dood te slaan. Jezus gaf zelf aan dat Hij juist kwam om de (verloren) mensen te redden.
De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.(Lucas 19:10)

Lucas 19:11 vertelt ons dat mensen indertijd veronderstelden dat het Koninkrijk van God nu spoedig zou aanbreken. Jezus spreekt deze gelijkenis uit om ze te corrigeren. Zie Lucas 19:41 waar wordt gesproken over Jezus die over Jeruzalem huilt. Jezus vervolgt vervolgens met een profetische uitspraak in Lucas 19:43, waarin wordt gesproken over de tijden waarin geweld over hen zou komen (Lucas 19:43: Want er zal een tijd komen dat je vijanden belegeringswerken tegen je oprichten, je omsingelen en je van alle kanten insluiten). ‘Want er zal een tijd komen’, laat duidelijk zien dat Jezus het over de toekomst had en niet over het heden. Dit komt overeen met de profetieën in Openbaring over de eindtijd, wanneer de antichrist oorlog zal voeren tegen het Lam (Jezus).
Ze binden de strijd aan met het lam, maar het lam zal hen overwinnen. Want het lam is de hoogste heer en koning, en wie hem toebehoren, wie geroepen zijn en uitgekozen, zijn trouw.( Openbaring 17:14)

Degenen die in Openbaring 17:14 strijden tegen Jezus komen overeen met de vijanden in Lucas 19:27, degene die Hem haatten in Lucas 19:14 (Maar zijn landgenoten haatten hem en stuurden afgevaardigden achter hem aan met de boodschap: “We willen niet dat die man koning over ons wordt!”). Wat we zien is een voorbeeld van zulke personen die Jezus haten en niet verlangen dat Hij koning over hen wordt, in Lucas 19:47.

Zoals we kunnen zien door de tekst van Lukas 19 in zijn geheel te lezen, wordt de stelling dat Jezus in de Evangeliën opdraagt mensen te doden, weerlegd. Integendeel, Jezus huilt over (de inwoners van) Jeruzalem en komt naar hen toe als een dienaar om zo de verlorenen te redden.
Jezus staat op het punt om te sterven en op te stijgen naar de Vader. Jezus wederkomst zal het laatste oordeel zijn, en Jezus vertelt ons elders in de Bijbel dat de engelen Zijn bevelen opvolgen om het oordeel uit te voeren (zie Matteüs 13:41-43). Dus Lucas 19:27, in zijn directe context, maakt deel uit van een gelijkenis die echter niets van doen heeft met Jezus discipelen die iemand doden. En ervan uitgaande dat de gelijkenis betrekking heeft op het uiteindelijke oordeel na Jezus wederkomst heeft “degenen die erbij stonden”(vers 24) betrekking op de engelen die door Jezus worden uitgezonden voor het oordeel.

Bronnen en meer informatie

Reacties zijn afgesloten.