Israël

In de Bijbel lezen we de geschiedenis van het Joodse volk Israël. God heeft uit de lijn Abraham, Izak en Jacob(Israël) een volk doen ontstaan, bestemd om Zijn volk te zijn, Zijn Woord (de Bijbel) te bewaren en de wereld te vertellen over Hem.

God wilde dat Israël een afgezonderd en zuiver volk zou zijn, dat de wereld zou onderwijzen over God, dat de Messias zou aankondigen en dan Zijn werk in de wereld uitvoeren. God leidde de Israëlieten de woestijn in om hen nederigheid te leren en hen op de proef te stellen. Hij wilde hun reactie zien en ontdekken of zij Hem werkelijk zouden gehoorzamen.

Dit zegt de HEER: In de woestijn kreeg Ik Israël lief, het volk dat aan vernietiging ontkomen was. Ik ging hun voor en gaf hun vrede. Van ver ben Ik naar je toe gekomen, vrouwe Israël. Ik heb je altijd liefgehad, Mijn liefde zal je altijd vergezellen. Ik breng je weer tot bloei. (Jeremia 31-2-4)

Echter is Israël ondanks alle zegeningen van God toch steeds weer afgedwaald van de weg die God met hen wilde gaan. Hiervoor heeft God hen verstrooid over de hele wereld. Toch blijft Israël Gods volk en zal God hen zoals Hij heeft beloofd, weer terugbrengen in het land Israël en hen tot een zegen laten zijn voor alle volken. Degenen die God haten willen dit verhinderen en daarom proberen ze Israël en de Joden te vernietigen. Dit zie je nu vooral bij aanhangers van de islam.

Wees niet bang, want Ik ben bij je. Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug, uit het westen breng Ik jullie bijeen. Tegen het noorden zeg Ik: Geef hier! Het zuiden gebied Ik: Laat los! Breng Mijn zonen terug van verre, Mijn dochters van de einden der aarde. (Jesaja 43:5-6)

Ik leid jullie weg bij die volken, Ik breng jullie bijeen uit die landen en laat je naar je eigen land terugkeren. (Ezechiël 36:24)

Wie nu naar Israël kijkt, ziet dat in de afgelopen eeuwen die profetieën – de stichting van de nieuwe staat en de terugkeer van miljoenen Joodse mensen – vervuld zijn, dan wel op dit moment vervuld worden.

Van de vervulling van de belofte – het geestelijke herstel van het volk – zijn ook al tekenen zichtbaar. Wanneer zelfs rabbijnen vertellen dat ze, in het geheim, een Nieuw Testament hebben en erin lezen en steeds meer Joden Jezus als Messias aannemen (Messiaanse Joden) dan is dat opmerkelijk!

En nog veel meer beloften voor het Joodse volk wachten op hun definitieve vervulling, zoals de wederkomst van de Here Jezus op ‘hun’ Olijfberg (zie Zacharias 14) en de komst van het Vrederijk (zie Jesaja 2 en 11).

Het zijn echter niet alleen de vreugdevolle beloften die zullen worden vervuld. Het Joodse volk staat ook nog lijden te wachten. Jeruzalem is nog altijd een lastige steen waaraan de volken zich zullen vertillen (zie Zacharias 12). Israël komt steeds meer alleen te staan. Slechts enkele landen steunen Israël nog, waarbij ze wel zwaardere eisen verbinden aan hun steun, zoals de terugtrekking uit nog meer gebieden, die in de Bijbel wel aan Israël zijn toegezegd, zoals Judea, Samaria en Jeruzalem.

Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van mijn volk en van mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij mijn land verdeelden. (Joël 3:1-2)

Het is de hoogste tijd dat alle christenen zich achter Israël gaan scharen en openlijk hun steun voor land en volk uitspreken. Romeinen 11:11 roept de christenen op hun Joodse broeders en zusters tot jaloersheid te verwekken. Dat kunnen we onder andere doen door naast en achter hen te gaan staan; juist nu, nu velen zich tegen volk en land keren. En dan hoeven we heus niet alles goed te keuren wat er in Israël gebeurt.

Slechts door één klein landje, Israël, werd Gods reddingsplan voor de mensheid onthuld en werd het toegankelijk voor iedereen. Uit het volk Israël zou God de Redder doen voortkomen, niet alleen voor Israël, maar voor elk mens (zie Jesaja 49:6). Die Redder zou Zijn eigen Zoon zijn. En zo kwam God in Jezus naar de wereld “om te zoeken en te redden wat verloren was” (zie Lucas 19:10; Johannes 3:17).

Christenen hebben veel aan de Joden te danken:

  • De Bijbel (Oude Testament (Tenach) en Nieuwe Testament)
  • De profeten en aartsvader
  • Jezus de Messias
  • Het waren de Joden die het Evangelie aan de heidenen (niet-Joden) hebben verkondigd

God verlangt dat christenen, en in principe een ieder, het volk Israël zullen steunen en zegenen.

Ik zal zegenen wie u (Israël) zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. (Genesis 12:3)

Jezus was zelf een Jood en hield van zijn volk. Christenen – dat zijn navolgers van Christus – dienen Jezus ook in zijn liefde jegens zijn volk na te volgen. Elke ware volgeling van Jezus houdt van Israël en van het Joodse volk.

In het Bijbelboek Ruth 1:16-17 staan de woorden van een niet-Joodse vrouw, Ruth, die tegen haar Joodse schoonmoeder Naomi zei: “Vraag me toch niet langer u te verlaten en terug te gaan, weg van u. Waar u gaat, zal ik gaan, waar u slaapt, zal ik slapen; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. Waar u sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik begraven worden. De HEER is mijn getuige: alleen de dood zal mij van u scheiden!” Deze woorden getuigen van Ruths liefde, toewijding en trouw aan de God van Israël en het Joodse volk. De niet-Joodse Ruth verbond zich aan haar Joodse schoonmoeder Naomi en daarmee aan de God van Abraham, Izak en Jakob. Profetisch gezien was dit een voorafschaduwing van het type gelovige (en gemeente of kerk) die zich verbindt aan Israël en het Joodse volk.

geschiedenis Israël

Israël is historisch uniek. Israël is het enige land ter wereld dat nog bevolkt wordt door hetzelfde volk, met dezelfde taal en dezelfde religie, als duizenden jaren geleden.

Israël is het oudste land ter wereld met dezelfde naam, met dezelfde taal en hetzelfde geloof. Er is meer dan 3000 jaar geschiedenis van het Joodse volk beschreven.

Israël werd een natie in de 14e eeuw voor Christus. Het land besloeg ruim de huidige oppervlakte van Israël. Israël overleefde wonderlijk genoeg de invallen van verschillende volken, zoals de Assyriërs, de Babyloniërs, de Perzen, de Grieken en de Romeinen. De Joden hebben ook onder deze volken altijd hun eigen cultuur behouden en er altijd gewoond.
In de eerste eeuw na Christus werden de Joden zwaar onderdrukt omdat ze niet wilden zwichten voor de Romeinse overheersers. Ze werden vermoord of verdreven uit hun land en raakten langzaam verspreid over het Romeinse Rijk, dat wordt de Diaspora genoemd.

Volgens Flavius Josephus woonden er 7 miljoen Joden in Israël in het jaar 70 en volgens Dio Cassius minstens 3 miljoen in 135 na Chr. Door toedoen van de Romeinse keizer Hadrianus werd, uit wraak voor de Joodse opstanden tegen de Romeinen, de naam Israël vanaf het jaar 135 veranderd in Palestina om zo de herinnering aan Israël uit te wissen.
Dat Israël Palestina genoemd werd, is een belangrijke aanleiding voor het misverstand dat de Israëlieten Palestina zouden hebben ingenomen en de bevolking daar hebben weggejaagd.
Israël was echter een dichtbevolkt land en er bleven zeker 3 miljoen Joden over. Tot halverwege de 19e eeuw woonden er overwegend Joden in het land, hoewel er toen nog slechts een kleine 100.000 mensen woonden. De geschiedenis leert ons dus dat de Joden duizenden jaren lang de enige constante bewoners van Israël waren.

Op het einde van de 19de eeuw begonnen de Joden uit de Diaspora (verstrooiing) terug te keren naar Israël, het land van hun voorvaderen, het historische thuisland van de Joden.
Zij kwamen terecht in een land waar na 400 jaar kaalslag door Turken en Arabieren er nauwelijks nog groen te vinden was in Israël. Nagenoeg alle bomen waren gekapt, bestemd voor huizenbouw en als brandstof voor keukens en verwarming en in het bijzonder voor de uitvoer voor naar de thuislanden van de bezetters. Het land werd letterlijk eeuwenlang kaal geroofd tijdens eeuwen van vreemde bezetting.

Er was geen stad van Arabische oorsprong (Adriaan Reland, hoogleraar geografie, 1696 studiereis). De moslims die hij aantrof waren rondreizende nomaden. Om Jeruzalem woonden Joden en voornamelijk christenen.

Zionisme
Toen tegen het einde van de 19e eeuw dit duizenden jaren oude Joodse verlangen het onderwerp van concrete politieke ideeën werd, dook het begrip “Zionisme” op, als samenvatting van de praktische inspanningen van het Joodse volk om na tweeduizend jaar in de diaspora naar zijn thuisland, naar “Zion”, terug te keren. Diegene, die het Joodse volk een recht op zelfbeschikking toestaat, de thuiskomst van het volk Israël in het land tussen de Middellandse Zee en de Jordaan als terecht beschouwt, haar principieel aanvaardt en ondersteunt, is “Zionist” – of hij nu Jood, christen, moslim, Hindoe of atheïst is.

Na de 1e wereldoorlog (1914-1919) moet het Ottomaanse rijk, als een van de grote verliezers van deze oorlog, massaal grondgebied afstaan dat ze eerder veroverd hadden. De grenzen van binnen het Midden-Oosten werden daardoor grotendeels opnieuw bepaald.
Het hele gebied van het huidige Israël en Jordanië werd door de Britse regering in 1917 als thuisland aan het Joodse volk beloofd (de Balfourverklaring).

1920 – Originele grondgebied toegewezen aan het Joodse Nationaal Tehuis

Tijdens de Vredesconferentie van San Remo van 1920, waarbij Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Japan, de grootmachten van die tijd, de Ottomaanse gebieden in het Midden-Oosten gingen verdelen, werd niet getwijfeld aan de inhoud en strekking van de Balfourverklaring. Het was voor de grootmachten van die tijd duidelijk dat Palestina uiteindelijk een onafhankelijke Joodse staat moest worden. Dit zou, aldus Balfour, het oude onrecht herstellen dat negentien eeuwen daarvoor was begaan door de vernietiging van de laatste Joodse staat in Judea door de Romeinen. Tijdens de eerste zitting op 24 april 1920, die geheel aan Palestina was gewijd, besloten de grootmachten daarom dat de Balfourverklaring de basis zou vormen voor het bestuur over Palestina. De volgende dag werd de Resolutie van San Remo aangenomen door de geallieerden en werd Groot-Brittannië officieel als gemachtigde gekozen om uitvoering te geven aan de Balfourverklaring.

De Resolutie van San Remo is uiterst belangrijk, omdat de staat Israël rechtens haar bestaansrecht aan dàt document ontleent en niet, zoals algemeen wordt aangenomen, zelfs in Israël, aan de VN-verdelingsresolutie van 29 november 1947. De Resolutie van San Remo, die de Balfourverklaring bindende internationale rechtskracht verschafte, is hèt handvest van de rechten van het Joodse volk op geheel Palestina.

De Volkenbond, de voorganger van de Verenigde Naties (VN), bekrachtigde in 1922 unaniem de besluiten. In tegenstelling tot besluiten van de VN hadden die van de Volkenbond wel rechtskracht.

In 1922 werd het Brits Palestijns Mandaatgebied (incl. Jordanië en de Golan) door de Volkenbond met unanieme stemmen aan een toekomstige Joodse staat toegewezen. Het Ottomaanse rijk werd toen opgesplitst waarbij slechts 0,5% voor de Joden werd bestemd en de rest voor de Arabieren (22 landen).

De 22 Arabische landen zoals wie die nu kennen zijn dus pas ontstaan na verdeling van het Turks Ottomaanse rijk in 1922.

Waarom wordt alleen het bestaansrecht van dat Joodse deel door sommigen nog altijd ter discussie gesteld?

Zo werd Palestina dus formeel door de wereldgemeenschap juridisch aan een toekomstige Joodse staat toegewezen: “op basis van de historische connectie van het Joodse volk”.

Nationalistische Arabieren die daar woonden, vonden het woord ‘Palestina’ daarom een ‘Joodse uitvinding’. De belangrijkste Joodse krant heette bijvoorbeeld de ‘Palestine Post’ (de tegenwoordige ‘Jerusalem Post’). Arabieren die in Palestina woonden noemden zichzelf ter onderscheid dan ook ‘Zuid-Syriërs’, de naam die daarvoor voor het gebied gebruikt werd

Palestinian Flag according to flag chart from Nouveau Petit Larousse Illustré, 1924

Het mandaatbesluit van de Volkenbond/VN is duidelijk over de grenzen en nooit herroepen en heeft dus nog steeds geldigheid.
Dat er in de praktijk (door bedrog, oorlog of onderhandeling) van afgeweken is of wordt, staat daar los van.

Dit recht van het Joodse volk op een staat in wat nu Israël, Jordanië, de Golan hoogvlakte en de omstreden gebieden zijn, is dus internationaal vastgelegd lang voor de Tweede Wereldoorlog.
Dit overigens met instemming van de Arabische landen, die kregen hun eigen landen uit de resten van het Ottomaanse Rijk.
In het Mandaat wordt erkend dat (nog) niet het gehele Joodse volk er woont, vandaar dat artikel 6 van het Mandaat stelt dat Joodse immigratie moet worden bevorderd.
De Engelse regering week echter af van de opdracht en bracht een statement uit dat de Balfourverklaring niet van toepassing was op het gebied aan de Oostoever van de Jordaan. Het Oostelijk deel werd door de Engelse regering aan de Arabieren toebedeeld en werd Trans-Jordanië genoemd (80% van het mandaatgebied!).
Churchill deed dit om tegemoet te komen aan de Arabieren.
Het statement zei vervolgens dat de emigratie van Joden naar Palestina in overeenstemming moest zijn met het economisch absorptievermogen van (West) Palestina. Door de willekeurige houding van de Engelse regeringen en de instroom van Arabieren in (West) Palestina liet het absorptievermogen steeds minder Joden toe.

De Hope Simpson Commissie meldde in 1930 dat door het oogluikend toestaan van de Britse regering van illegale en ongecontroleerde Arabische immigratie vanuit Egypte, Trans-Jordanië en Syrië, die ongehinderd kon doorgaan, men minder Joodse immigranten kon opnemen dan eerst gepland was. De economische ontwikkeling in het gebied door de Joodse immigratie trok namelijk ook veel Arabieren aan. In 1922 bestond de bevolking van (West) Palestina uit ca. 84.000 Joden en 643.000 moslim en christen Arabieren.

Hiermee is dus ook gelijk het tegenargument weerlegd dat de huidige Palestijnen recht hebben op het land omdat ze daar altijd gewoond zouden hebben, want zij stammen grotendeels van de Arabieren af, die daar toen eigenlijk illegaal zijn geïmmigreerd.

1922 – Uiteindelijke grondgebied toegewezen aan het Joodse Nationaal Tehuis

Vanaf 1929 neemt het Arabisch geweld tegen de Joodse inwoners snel toe, onder invloed van een mix van het zich ontwikkelende nazisme en Arabisch nationalisme.
Dit stond onder de leiding van de mufti (hoogste Islamitische geestelijke) van Jeruzalem Al-Husseini. Hij was sterk anti-Joods en aanhanger van de Moslim Broederschap (waaruit Hamas is voortgekomen). Mufti Al Hoesseini was in zijn jonge jaren al betrokken bij de genocide op de Armeense christenen. Vervolgens zette hij zich in voor genocide op de Joden.

De Volkenbond werd in 1946 opgeheven en de VN namen de mandaatverplichtingen over; alle rechten, die aan het mandaat konden worden ontleend, gelden nu nog steeds.

Het Verdelingsplan van de VN, resolutie 181 in 1947. Ook in 1947 is Israël internationaal gelegitimeerd door de VN. Zij stemden voor de twee-staten verdeling, een Joodse en Arabische. Dit werd echter onmiddellijk afgewezen door de Arabieren, die een Joodse staat niet konden tolereren en vonden dat ze niet beloond werden naar hun meerderheid aan inwoners.
In 1947 bestaat de bevolking van (West) Palestina uit 600.000 Joden en 1.200.000 moslim en christen Arabieren.
De Joden hadden echter geen kans gehad tot de meerderheid uit te groeien omdat Arabieren van alle kanten vrij het land binnen konden komen terwijl Joden mondjesmaat werden toegelaten.
Direct na het aannemen van de VN resolutie in november 1947 vielen de Arabieren Israël binnen en neemt het aantal Arabische aanslagen op Joden sterk toe.

 Op 16 februari 1948 rapporteert de ‘Commissie voor Palestina’ aan de Veiligheidsraad:
“Krachtige Arabische groepen, zowel binnen als buiten Palestina, gaan in tegen de resolutie van de Algemene Vergadering en proberen welbewust met geweld de voorgestelde oplossing te blokkeren.”

De Joden weigerden zich te laten provoceren en beperkten zich tot zelfverdediging.

Eind maart 1948 verbaasd zelfs de Arabische bevelhebber Safwat zich erover dat: “de Joden hebben geen Arabisch dorp aangevallen, tenzij zij zelf daarvandaan werden aangevallen.”

Door de afwijzing van de Arabieren kreeg Resolutie 181 kreeg geen rechtskracht. De grenzen van het mandaat golden dus nog, waardoor het  gebied waar het Nationaal Joods Tehuis gevestigd moest worden, zich uitstrekte van de Middellandse Zee tot de Jordaan.

1948 Oprichting van de Staat Israël
Na het vertrek van de Engelsen uit hun mandaatgebied roept David Ben Gurion op 14 mei 1948 de Staat Israël uit. De oprichting geschiedt op basis van het VN Verdelingsplan. Een meerderheid van staten waaronder de VS en de Sovjet-Unie erkenden de staat Israël en beschuldigden de Arabieren voor hun agressie.
Op de dag na de oprichting van de Staat Israël vallen op 15 mei 1948 zes Arabische landen Israël aan: Egypte, Jordanië, Syrië, Libanon, Saoedi-Arabië en Irak (de Onafhankelijkheidsoorlog).
Tijdens deze onafhankelijkheidsoorlog, die Israël wonderbaarlijk won met weinig militaire middelen, kwam 1% van de Israëlische bevolking om.
De Arabische regeringen riepen van te voren op de Arabieren in Israël op om voor hun eigen veiligheid ‘even’ de grenzen over te steken, zodat zij Israël snel zouden kunnen vernietigen. Israël was namelijk armzalig bewapend. Diegenen die zouden blijven werden beschouwd als verraders.

Israël slaagde erin de vijanden tegen te houden bij de Groene Lijn, die vóór 1949 niet bestond. De wapenstilstandsovereenkomst tussen Israël en Jordanië bepaalde dat de Groene Lijn een demarcatielijn was, die niet van invloed zou zijn op toekomstige territoriale overeenkomsten. Geen van beide landen heeft de Groene Lijn ooit beschouwd als zijn internationale grens. Vóór 1967 wilden Jordanië en de andere Arabische staten de grens dan ook niet erkennen. Gaza werd door Egypte veroverd.

In de pers worden de bestandslijnen vaak ten onrechte “de grenzen van juni 1967″ genoemd. Jordanië bezette van 1949-1967 Samaria-Judea plus Oost-Jeruzalem (“de Westoever”); de Joden, die er al vóór 1948 woonden, werden verjaagd of vermoord. De inlijving door Jordanië en die van Gaza door Egypte waren illegaal en een schending van het internationaal recht, dat ervan uitgaat dat de agressor wordt bestraft.

Jordanië annexeerde echter uiteindelijk wel de gebieden Samaria en Judea, wat nu de Westelijke Jordaanoever heet. Daar werden de Arabische vluchtelingen in gestopt omdat geen (ander) Arabisch land ze wilde opnemen. Later werden deze gebieden door Israël weer terugveroverd in de oorlog van 1967.
Uit de 100 miljoen vluchtelingen sinds de Tweede Wereldoorlog zijn de Arabische-Palestijnen de enige vluchtelingen groep in de wereld die nooit is opgenomen of geïntegreerd in de landen van hun eigen volkeren. Joodse vluchtelingen werden volledig opgenomen in Israël.
Arabische vluchtelingen werden opzettelijk niet opgenomen door de rijke Arabische oliestaten, die 99,9 procent van het land van het Midden-Oosten beheersten. Ze worden bewaard als virtuele gevangenen door de Arabische machthebbers met de misplaatste haat tegen de Joden en de westerse democratie.

Na de oorlog zagen ongeveer 900.000 Joodse vluchtelingen, die de verschrikkelijke vervolgingen in en door de Arabische landen overleefd hadden, kans uit die Arabische landen te vluchten naar Israël. De Joodse vluchtelingen zijn volledig geïntegreerd in de Israëlische samenleving. Daarnaast vluchtten 300.000 Joden naar andere landen als Israël.

Israël in de Arabisch-Islamitische wereld

Vervolgens hebben de Arabieren nog vele malen Israël aangevallen en geprobeerd om het te vernietigen maar steeds werden zij door de Israëli verslagen.

  • De Onafhankelijkheidsoorlog (1948-1949)
  • De Sinaïcampagne (1956)
  • De Zesdaagse Oorlog (juni 1967)
  • De Yom Kippur Oorlog (oktober 1973)
  • Libanon Oorlog 1 (1982-1983)
  • De eerste intifada
  • De el Aksa-intifada
  • Libanonoorlog 2 (12/07/2006 – 14/08/2006)

In 1963 kwam de Palestijnse terreurorganisatie (PLO) op onder leiding van Yasser Arafat. Toen begon pas ook de propaganda dat Israël aan de Palestijnen toebehoorden. De PLO had zich de vernietiging van Israël ten doel gesteld en in plaats daarvan een Palestijnse staat te stichten.

De Joden hebben het land Israël in de 20e eeuw laten opbloeien. Ze hebben moerassen drooggelegd, woestijnen werden vruchtbaar gemaakt en steden werden gebouwd. Ze vestigden zich op braakliggende terreinen, die ze vaak voor torenhoge prijzen kochten van pachters uit Europa en Arabië. Ze hebben het land dus grotendeels gekocht. Zij bouwden er een land op dat goed gedijde, iets dat de Arabieren nooit gelukt was.

De Joden zijn in 1948 begonnen om van een lap woestijngrond een bloeiend en welvarend land te maken. Dat is ze gelukt.

Jeruzalem was 1000 jaar voor Christus al de hoofdstad van Israël, 1700 jaar voordat de Arabieren in deze stad kwamen wonen. Er zijn altijd Joden blijven wonen, sinds 1600 zijn ze weer de grootste bevolkingsgroep.

In de Arabische landen wonen nauwelijks nog Joden. Ze worden door de islamitische Arabieren niet getolereerd en niet geaccepteerd. Hoe anders is het in Israël. Daar wonen grote Arabische gemeenschappen, die alle ruimte krijgen om volop deel te nemen in de samenleving, tot in de politiek aan toe. Hoe onterecht is het dat Israël telkens weer wordt beschuldigd van apartheidspolitiek. Dat staat zo haaks op de werkelijkheid!

 Israël is een van de meest cultureel gevarieerde samenlevingen en de enige echte democratie in het Midden Oosten.

Israël is dus gesticht op basis van:

  • De erkenning dat het joodse volk, net als andere volken, recht heeft op zelfbeschikking in gebieden waar het de meerderheid vormt.
  • De erkenning dat het Joodse volk er 3000 jaar onafgebroken heeft gewoond.
  • Internationale besluiten van de Volkerenbond in 1922 en de Verenigde naties in 1947
Jeruzalem

Het wereldgebeuren en de strijd zal zich concentreren in en rond Israël. De vijanden van God en Israël zullen trachten Jeruzalem in te nemen en Israël te vernietigen. Maar God zal voor zijn volk strijden en ingrijpen. Aan het einde van die periode zal Jezus definitief terugkeren naar de aarde.

Ook de Bijbel spreekt, in dit verband, duidelijk over Jeruzalem:

Zie, Ik ga Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom, ja, ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. (Zacharia 12:2)
Hier worden onmiskenbaar de omliggende islamitische volkeren (in het rond) bedoeld. Israël bevindt zich te midden van hen, volledig omsingeld en ook in Judea omringd door een (Palestijns) Arabische bevolking.

Op die dag zal het gebeuren dat Ik Jeruzalem zal maken tot een steen die moeilijk te tillen is voor al de volken. Allen die hem optillen, zullen zichzelf zeker diepe sneden toebrengen, en al de volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen. (Zacharia 12:3)
Tegenwoordig zien we dat elk land, elke politiek leider en elke politieke of religieuze organisatie wel iets te melden heeft over Israël en de stad Jeruzalem. Ze struikelen over elkaar om hun afkeuring, zo niet haat, uit te spreken tegen Israël.

Op die dag zal Ik de leiders van Juda maken als een vuurbekken in [een stapel] hout en als een brandende fakkel in een graanschoof. Rechts en links zullen zij al de volken rondom verteren en Jeruzalem zal nog op zijn plaats blijven, in Jeruzalem. (Zacharia 12:6)
De omliggende Islamitische staten zullen met groot machtsvertoon meer en meer hun haat en ook afgunst voor Israël laten blijken. Ze zullen Israël willen vernietigen, van de aardbodem vagen, maar het resultaat zal zijn dat niet Israël maar zij zelf het onderspit zullen delven. Dat is toe nu toe al gebleken.

bronnen en links naar meer informatie

Reacties zijn afgesloten.