Vrouwen in de Bijbel

In de geschiedenis hebben vrouwen vaak een belangrijke rol gespeeld in zending. Soms kregen vrouwen daarin zelfs meer vrijheid dan in de eigen thuisgemeente omdat er geen mannen beschikbaar waren.

God verleende in het Oude testament vrouwen ook vaak geestelijk gezag. Ze waren zelfs godsdienstige leiders van Gods volk, denk aan Mirjam, Debora en Esther. Geestelijke gaven in de gemeente zijn onafhankelijk van iemands geslacht en een tiental van de gaven kunnen niet zonder een spreken uitgeoefend worden. Dit spreken door vrouwen gebeurde ook in de eredienst van de gemeente (1 Korintiërs 11:5; 14:26; Kolossenzen 3:15-16).
Vrouwen hebben vaak specifieke gaven en eigenschappen waardoor zij een belangrijke rol spelen in het pastoraat, zangleiding, onderwijs in kringen. Daarnaast kunnen vrouwen een bijzondere roeping of bediening van God ontvangen, waardoor ze een belangrijke aanvulling kunnen zijn voor oudsten. De ervaring leert dat hierin man en vrouw elkaar uitstekend kunnen aanvullen.

Vrouwen zijn vrij hun gaven te gebruiken voor elke taak behalve de ene die God reserveerde voor mannen: het priesterschap in het Oude Testament, en degenen die onderwijzen met gezag in het Nieuwe Testament. Oftewel vrouwen kunnen alles doen wat een man kan doen die geen oudste is.

Ook in Paulus dagen waren er vrouwen die een speciale roeping hadden in de leiding van de gemeente, hierbij denken we aan ‘dienaressen’ zoals Phebe (Romeinen 16:1), een diacones (=dienares) van de gemeente te Kenchreae. Deze vrouwen hoorde beslist ook bij de vergadering van oudsten en droegen medeverantwoordelijk voor het geestelijk leiderschap van de gemeente. Als Paulus in zijn brieven vrouwen in de gemeente gebied om te zwijgen dan was dat echter beperkt tot een bepaalde specifieke situatie.

De Bijbel bevat de geschiedenis van heel wat mannen die van belang zijn geweest op geestelijk gebied. Meestal blonken ze uit door hun daden, die van verstrekkende betekenis waren. Maar de Bijbel beschrijft ook diverse vrouwen die ons tot voorbeeld zijn geweest en meestal gaat het dan om de toewijding voor de zaak van God die ze aan de dag legden. Onderstaand  een overzicht van acht – er zouden er meer te noemen zijn – van zulke vrouwen met een korte vermelding van wat hen kenmerkte:

Mirjam kon onder druk snel denken en handelen, was bekwaam in leiding geven en maakte liederen. Zij bleef staan kijken wat er met de kleine Mozes zou gebeuren die in een mandje aan de Nijl was toevertrouwd (Exodus 3:4-10). Door haar toedoen werd Mozes thuis door zijn moeder opgevoed en dat is van verstrekkende betekenis geweest voor zijn ontwikkeling en voor de keus die hij later maakte om zich het lot van zijn broeders, de Israëlieten, aan te trekken.

Debora is de enige vrouw die tot Richter is aangesteld. Ook was zij een profetes. Zij was daadkrachtig in haar optreden en leiding van het volk Israël.

Aan Ruth is een heel boek in de Bijbel gewijd (Ruth 1-4) en daarin wordt beschreven     de keus van Ruth voor de God van Israël.

Ook aan Esther is een heel boek gewijd (Esther) en dat beschrijft hoe zij met moed en levensgevaar voor de belangen van haar volk is opgekomen en het voor vernietiging bewaard heeft.

Maria van Behtanië zat aan de voeten van Jezus om naar Zijn onderwijs te luisteren (Lukas 10:38-42).

Maria Magdalena was door Jezus bevrijd van zeven demonen en zorgde samen met andere vrouwen voor Zijn onderhoud (Lukas 8:2; Matteüs 27:56 en 28:1). De Heer Jezus  verscheen het eerst aan haar (Lukas 24:10; Johannes 20:1 en 11-18).

Dorcas was een discipel die uitblonk door goede werken en weldaden. God liet gebeuren dat zij uit de dood werd opgewekt (Hd 9:36-43).

Lydia is de eerste bekeerling in Filippi. Zij liet zich dopen en stelde haar huis open voor Paulus, Silas en Lukas.

Bronnen en informatie

 

Reacties zijn afgesloten.