Jezus tussen 12 en 30 jaar

Wat deed Jezus tussen 12 en 30 jaar?

Men spreekt soms in termen van “de ontbrekende 18 jaren van Jezus”. Er zijn mensen die beweren dat Jezus een ontdekkingsreiziger werd, die zover weg reisde als India en Tibet, en dat Hij daar Zijn tijd doorbracht met het bestuderen en leren van andere, oosterse religies.

De Bijbel geeft echter een heel ander beeld. Deze veronderstelde “ontbrekende jaren”, ontbreken helemaal niet. Het zijn gewoon stille jaren tot de tijd dat Jezus geopenbaard moest worden als de Messias, de Zoon van God. Ons wordt van Jezus gezegd, toen Hij erg jong was: “En het Kind groeide op en Het werd gesterkt in de geest en vervuld met wijsheid, en de genade van God was op Hem.” (Lukas 2:40). Het laatste verslag dat we hebben is toen Hij 12 jaar was. Zijn ouders gingen elk jaar naar het Paschafeest: “En Zijn ouders reisden elk jaar voor het feest van het Pascha naar Jeruzalem. En toen Hij twaalf jaar was en zij naar de gewoonte van het feest naar Jeruzalem gegaan waren, en die dagen tot het einde doorgebracht hadden, bleef het Kind Jezus, terwijl zij terugkeerden, in Jeruzalem achter zonder dat Jozef en Zijn moeder het wisten. Maar omdat zij dachten dat Hij bij het reisgezelschap was, gingen zij een dagreis ver, en daarna zochten zij Hem onder de familieleden en onder de bekenden. En toen zij Hem niet vonden, keerden zij terug naar Jeruzalem en zochten Hem daar. En het gebeurde dat zij Hem na drie dagen in de tempel vonden, terwijl Hij te midden van de leraars zat, naar hen luisterde en vragen aan hen stelde. Allen die Hem hoorden, stonden versteld van Zijn verstand en antwoorden.” (Lukas 2:41-47). Jezus hoefde na Zijn 12e helemaal niet te reizen en te studeren om kennis te verwerven, Hij bezat ze al. En zoals we kunnen zien kon Hij reeds op die jonge leeftijd met de geleerde rabbi’s redeneren over wat de Schriften zeiden, en zij stonden versteld van Zijn verstand en kennis. Hoe dan? Hij was met die vermogens geboren, omdat Hij God was die mens werd: “dat heden voor u geboren is de Zaligmaker, in de stad van David; Hij is Christus, de Heere.” (Lukas 2:11). Hij was de Christus toen Hij geboren werd; Hij moest niet Christus worden. Hij was Jahweh, de Heer, Die vlees werd onder het volk aan wie Hij Zijn wetten had gegeven en waartegen Hij profeteerde door de woorden van hun eigen profeten (Jesaja 9:6). Na het incident als twaalfjarige in de tempel, vinden we in Lukas 2:51-52: “En Hij ging met hen mee en kwam in Nazareth en was hun onderdanig. En Zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart. En Jezus nam toe in wijsheid en in grootte en in genade bij God en de mensen.” Hij ging dus niet op reis, op zoek naar een wijsheid die Hij reeds had, maar bleef bij zijn ouders. “En toen het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te onderwijzen; en velen die luisterden, stonden er versteld van en zeiden: Waar heeft Deze die dingen vandaan en wat is dit voor wijsheid die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen gebeuren? Is Dit niet de timmerman, de Zoon van Maria en de Broer van Jakobus en Joses en van Judas en Simon? En zijn Zijn zusters niet hier bij ons? En zij namen aanstoot aan Hem.” (Markus 6:2-3). Het argument van deze mensen was dat zij Hem en Zijn familie goed kenden, en zij konden niet begrijpen hoe het mogelijk was dat Hij als timmerman zo geleerd was en de kracht van God had, terwijl Hij nochtans onder hen opgroeide. Dit toont aan dat Hij niet de tijd had genomen om weg te gaan om andere religies te bestuderen. Hij wijdde Zijn leven aan de Hebreeuwse geschriften. “En zij betuigden Hem allen hun instemming en verwonderden zich over de woorden van genade die uit Zijn mond kwamen, en zij zeiden: Is Hij niet de Zoon van Jozef?” (Lukas 4:22).
Van belang is dat het hier gaat over de 18 jaren voordat dat Hij geopenbaard werd als de Messias, toen Hij dus nog geen bovennatuurlijke krachten en wonderen deed. Wat Jezus zei en onderwees werd geciteerd uit en gebaseerd op het Oude Testament en was niet afkomstig van enige andere religie of filosofische lering. Hij citeerde nooit enige andere profeet dan die van Hemzelf, waardoor de theorie onmogelijk wordt dat Hij Zijn kennis ergens anders vandaan haalde. Hij leidde een stil leven en leerde uit het Woord, tot de tijd kwam dat Hij geopenbaard moest worden.

Het was blijkbaar niet de bedoeling van de evangelieschrijvers om uitgebreid over de kinderjaren van Jezus verslag te doen. Ik denk dat we ons vooral moeten richten op wat we wel over Jezus kunnen weten in plaats van op wat we niet weten. We hebben veel historische informatie over het leven, de dood en de opstanding van Jezus. Daar moeten we ons op richten, aangezien de opstanding het fundament is waarop het christendom is gebouwd (1 Korintiërs 15:17; Johannes 2:19-21; Matteüs 12:39-40 ).

Bronnen en informatie

Reacties zijn gesloten.